Hemofilie wordt behandeld door de ontbrekende stollingsfactor (factor VIII bij hemofilie A) toe te dienen. Of en wanneer dat nodig is, bepaalt de arts.
Omdat er ernstige en lichte vormen van hemofilie zijn, hebben sommige patiënten vaak en andere juist zelden een behandeling met een stollingsfactor nodig.
Een stollingsfactor kan op verschillende momenten worden toegediend.
De behandeling van hemofilie zal altijd nodig blijven, omdat het aangeboren tekort aan stollingsfactor blijft bestaan. De behandeling gebeurt door een kinderarts, internist of hematoloog (stollingsarts), vaak in samenwerking met een hemofilieverpleegkundige.
Bij een profylactische behandeling (enkele malen per week toedienen) kan er aanleiding zijn om zelf te leren prikken. Dat betekent namelijk vaak meer vrijheid en onafhankelijkheid, want u hoeft niet meer zo vaak naar het ziekenhuis. Maar ook bij niet-preventieve behandeling kan het zelf leren prikken zinvol zijn. Als er (toch) een bloeding optreedt, is het namelijk heel belangrijk dat er zo min mogelijk tijd verstrijkt tussen de bloeding en het begin van de behandeling. De bloeding blijft dan beperkt en hetzelfde geldt voor de eventuele pijn. Het hemofiliebehandelteam zal het eventueel zelf leren prikken uitgebreid toelichten en trainen.